Tienkampers Tata goed voor horeca

20 Jan 2013 - Monique van de Griendt

De ondernemers in Wijk aan Zee kijken elk jaar uit naar de deelnemers aan de tienkampen. Ze overnachten vaak in het dorp en gaan uit eten en drinken, vertelt Stef Klijn van restaurant Het Zomerhuis.

Wat betekent het schaaktoernooi voor uw restaurant?
‘Het is voor januari een lekkere aanvulling, die extra gasten. Hoeveel het precies oplevert, weet ik niet maar het zou een strop zijn voor Wijk aan Zee als het toernooi zou verdwijnen. Mensen denken soms dat wij ons geld in de zomermaanden kunnen verdienen. Dat is onzin. Het strandseizoen is kort, drie maanden en als je slecht weer hebt, zit je nog leeg. Daar kun je niet van leven.’

Welke schakers krijgt u binnen?
‘Ik moet het tegenwoordig vooral van de amateurs hebben. Tijdens de tienkampen is het het drukst. Ze komen dan in groepjes eten. Dezelfde schakers komen elk jaar terug. Met de grootmeesters is het minder. Je merkt dat ze zuiniger worden. De deelnemers zijn ook jonger. Ze gaan niet uit eten maar pakken sneller een snackbarretje. Ik zie ook minder bontmutsen en grote jassen. Voorheen kwam je het dorp binnen en dan zag je ze overal lopen, Bulgaren enzo.’

Wat doet u om de schakers te trekken?
‘Niks speciaals, eigenlijk. Vroeger bedacht ik schaakmenuutjes, maar nu hebben we een gewoon aantrekkingsmenu op het bord buiten staan, voor mensen die langs lopen. Dat vind ik eigenlijk ook voor de schakers wel leuk genoeg. We doen wat we het hele jaar doen, precies zoals we zijn. Onze klanten uit Wijk aan Zee, Beverwijk, Heemskerk en overal vandaan, zijn dat zo gewend.’

Schaakt u zelf ook?
‘Ja, ik kan wel schaken, ik ken de regels. Maar ik doe het eigenlijk nooit. Behalve in deze periode. Dan pakken we het schaakbord. Mijn oudste zoon van veertien wil graag tegen me spelen. De rest van het jaar vraagt hij daar niet om, kennelijk werkt het toch aanstekelijk. Al ben ik nog nooit bij het toernooi gaan kijken. Ik wil het wel en neem het me elk jaar voor, maar het komt er nooit van.’

Wat valt u op aan de schakers?
‘Dat ze zo verstrooid zijn. Dat is echt onbegrijpelijk. Je merkt het bij het bestellen. Natuurlijk hebben we ook menukaarten in het Engels en Duits, anders wordt het al helemaal niks met sommigen. Een schakende vriend legde mij laatst uit dat zo’n schaakpartij iets met je hersenen doet. Dat het na afloop lijkt alsof je dronken bent. Je bent een beetje van de wereld.’

‘Soms zijn ze ook bijgelovig. Dan mag je bijvoobeeld hun hotelkamer drie weken niet schoon maken. Of ze willen alleen op een houten plank slapen. Toen hebben ze een deur uit de hengsels gehaald. Een van de commentatoren kwam hier jaren in dezelfde lichtbruine winterjas die er steeds slechter uit ging zien. Mijn vrouw vond dat het echt niet meer kon. Maar hij was er zo aan gehecht, het was zijn schaakjas! Toen heb ik die jas tijdens het toernooi voor hem laten maken.’

‘Ik vind het leuk om die groepen schakers te ontvangen. Sommigen kennen we al jaren. Ik ben er wel bang voor dat het toernooi zal verdwijnen. Iedereen heeft minder te besteden. En een sponsor moet wel iets met schaken hebben. Gelukkig is het toernooi met een jaar verlengd.’