Voor en achter de schermen

22 Jan 2013 - Monique van de Griendt

Aart Strik en Koos Stolk, coördinator wedstrijdleiding en hoofd indelingen, zijn belangrijke mannen voor ons toernooi. Wat regelen zij allemaal, samen met hun wedstrijdleiders, zodat u rustig uw potje kunt schaken?

Aart Strik onderhoudt de contacten met de amateurdeelnemers. Strik: ‘In april willen ze al weten wanneer ze zich kunnen aanmelden. Dan zeg ik dat ze eind oktober de website in de gaten moeten houden.’ Verder stuurt Strik het wedstrijdleidersteam aan en houdt hij het overzicht over alle werkzaamheden. Koos Stolk verzorgt de administratie van het amateurtoernooi. De heren vullen elkaar goed aan.

Strik: ‘Gewoonlijk verzamelen we om 13:00 uur in de wedstrijdleiderskamer.’ Stolk: ‘Voor de vergadering. Dan nemen we door wat er die dag moet gebeuren.’ Strik: ‘Tenzij er wat tussen komt, bij hoge uitzondering, zoals de opening van het Rapidtoernooi. Daardoor was ik er pas na enen en toen was iedereen hier al bezig. Met de klokken zetten enzo.’ Stolk: ‘Je zou ook best wat meer kunnen delegeren, Aart.’ Strik: ‘Natuurlijk. Maar ik wil wel even zien dat het goed gaat.’

Het wedstrijdleiderscorps doet er alles aan om fouten te voorkomen. Zo worden er deelnemerskaarten gemaakt en uitslagenkaarten. De deelnemers leveren de uitslag van hun partij in, waarna die door een wedstrijdleider wordt overgenomen op groepslijsten. Die lijsten gaan naar Koos Stolk, die de uitslagen invoert voor de website en de ratingverwerking. Wat Stolk invoert, print hij ook weer uit. De zogenoemde totolijst wordt nog eens gecontroleerd door de wedstrijdleiders.

Toch is dit systeem niet waterdicht. Stolk: ‘Ik maak zelden een invoerfout. Maar spelers noteren de uitslag nogal eens fout op de uitslagenkaart. Of ze spelen met de verkeerde kleur een verkeerde ronde tegen een verkeerde tegenstander. In de weekendvierkampen had een groep de derde voor de tweede ronde gespeeld, met verwisselde kleuren. Terwijl het speelschema op hun deelnemerskaart stond.’ Arbiter Guust Homs maakt een ingewikkeld grapje: ‘En toch kwam hun openingsvoorbereiding op het bord!'

Aart Strik: ‘Zo is er elke dag wel wat. De zaal moet anders worden ingedeeld, omdat er een nieuw toernooi begint; klokken, borden en stukken moeten naar een andere lokatie en dan nog de afmeldingen of te-laat-komers, die komen ook bij mij binnen. Of we moeten bepalen wie waar de prijsuitreiking doet of gewoon wie er mee gaat eten bij de Italiaan.’

Het moment waarop de deelnemers zich in Wijk aan Zee aanmelden, zorgt voor de meeste stress. De inschrijving gaat daaraan vooraf. Strik: ‘Je kon vanaf 31 oktober een formulier invullen op internet. Daar komt een lijst op alfabet uit, die ik kan sorteren per evenement. Ook de inschrijfdatum staat erbij. De eerste 1.000 deelnemers hadden we op 3 november al binnen!’ Stolk: ‘En na kerst krijgen we de eerste afmeldingen! Dan gaan mensen kijken of ze eigenlijk wel mee kunnen doen.’ Strik: ‘Of ze besluiten ziek te worden.’

Stolk: ‘Na de jaarwisseling neem ik het over. De spelers zijn semi-geautomatiseerd op rating over de klasses verdeeld. Dan deel ik ze met de hand in groepen in. Ik zorg ervoor dat clubgenoten niet tegen elkaar spelen. En ik probeer spelers die vorig jaar tegen elkaar speelden, uit elkaar te houden. In de tienkampen is dat lastig. In de negende klasse lukt het niet. Die schakers zijn hondstrouw. Ze komen elk jaar terug en het zijn er maar veertig. Daarvan doen er dertig elk jaar mee. Die kun je niet blijvend uit elkaar houden.’

Om zoveel mogelijk schakers de kans te geven mee te doen, kun je je maar voor één van de evenementen inschrijven. Behalve voor de dagvierkampen, daar is altijd plaats en die mag je met een ander toernooi, zoals de weekendvierkampen, de tienkampen of het rapidtoernooi, combineren. ‘Je kunt wel op het aanmeldingsmoment naar de zaal komen’, vertelt Stolk. ‘Als er genoeg afmeldingen zijn, doe je mee. Sommige schakers staan zo drie keer voor je neus!’

Om de last-minute af- en aanmeldingen te verwerken, moet er opnieuw worden ingedeeld. Uiteraard zoveel mogelijk op rating. Dat betekent vertraging en werken onder hoogspanning. Strik: ‘Koos blijft meestal erg kalm, al kan hij ook gestresst raken. Echt ruzie krijgen we nooit. Maar functioneringsgesprekken houden we ook niet.’

Stolk en Strik leerden elkaar tien jaar geleden kennen, bij het NK Jeugd. Stolk: ‘Ik hield de website bij, voor de KNSB.’ Strik: ‘Koos was al internationaal arbiter, maar dat wist ik niet.’ Stolk: ‘Totdat ik ingreep! Het controleren van de indeling met Zwitserse kaartjes duurde me veel te lang. Dus dat nam ik over.’ Strik: ‘Ik was een beginnend arbiter, maar een jaar later vroeg Koos me voor het toernooi in Hoogeveen.’ Waarop Stolk grapt: ‘De fout van mijn leven!’

Stolk: ‘Ik heb ook een goed woordje gedaan voor Aart in Wijk aan Zee.’ Strik: ‘Zodat ik hier in 2006 mijn eerste stage voor FIDE arbiter kon doen.’ Stolk: ‘In 2005 speelden we tegen elkaar in de tienkampen. Toen heb ik Aart in de slotronde remise gegeven, want hij had zo’n slecht toernooi. Met één van de hoogste ratings verloor hij almaar. Tegen mij kwam hij heel goed te staan. Toen zei ik: “Zullen we maar remise maken?” Alsof het een gunst was. En dat werkte gelukkig.’

Strik: ‘Momenteel heeft Koos de hoogste rating.’ Stolk: ‘Het wisselt, we draaien om elkaar heen.’ Strik: ‘Koos speelt bijna niet. Dan verlies je geen ratingpunten.’ Stolk: ‘Ik ben hier in de zesde klasse begonnen. En ik promoveerde steeds, tot in de derde klasse. Toen hebben ze me gevraagd als arbiter. Ze dachten waarschijnlijk: “Wat moeten we met die Koos straks, in de Grootmeestergroep C?” Zo is mijn schaakcarriere wel in de kiem gesmoord.’

Stolk: ‘Ik vind het jammer dat ik nooit meer een toernooi speel. Ik schaak alleen nog in de externe competitie voor mijn club HWP Haarlem. Toevallig in dezelfde klasse als Aart. Ik moest een tijdje terug naar Schagen. Daar kwam ik Aart weer tegen!’ Buiten het schaken doen de heren niks samen. Ze denken wel aan elkaars verjaardagen. Strik: ‘Da’s voor Koos niet zo moelijk, want ik ben tijdens dit toernooi jarig.’ Stolk: ‘Ik regel anders wel de taart!’

‘Verder zit ik de hele dag achter de computer’, vertelt Stolk, ‘Zelfs de koffie wordt me gebracht. Ik hoef niet zo nodig meer in de zaal. Totdat de tienkampen begonnen was ik bezig met indelen, wijzigingen doorvoeren en het verwerken van uitslagen. Nu ga ik de ratingrapportages maken. Want al deze toernooien gaan nog mee voor de februari ratinglijst van de FIDE. In de laatste week heb ik wat meer tijd en kan ik de grootmeesterpartijen bekijken.’

Stolk: ‘Aart is een heel goede zaalarbiter. Hij houdt goed contact met de mensen in de speelzaal en heeft oog voor wat er moet gebeuren. Strik: ‘Bij een schaakpartij heb je maar één tegenstander waar je een beetje mee omgaat; bij een teamwedstrijd heb je er nog wat meer en in een toernooi ga je met heel veel mensen om. Dat vind ik eigenlijk wel leuk. En ze groeten me allemaal. Koos maakt dat hier niet mee. Die zit echt achter de schermen.’